Wie dacht dat er tussen de planeten en planetoïden het grote niets is heeft het mis. Er bevindt zich immers heel wat stof in ons zonnestelsel. Stof dat afkomstig is van grote vuile ijsbollen, iets wat wij kometen noemen. Wanneer zo'n grote ijsblok in de nabijheid van de zon komt begint deze af te smelten. Dit laat een spoor van stof na, het is nu juist wanneer onze aarde in haar baan om de zon zo'n spoor kruist dat we vallende sterren zien. De kleine stofdeeltjes dringen onze atmosfeer binnen met zulke hoge snelheid, dat ze door de wrijvingswarmte spontaan ontbranden. Hierbij is het niet afgelopen het wordt nog iets ingewikkelder, want de brandende korrel kunnen we immers niet zien. Hetgeen we uiteindelijk waarnemen is het afgeven van energie (onder vorm van licht ) afkomstig van de aangeslagen elektronen in atomen, die zich hoog in de atmosfeer bevinden. |
|||
